Leven in het licht van het einde.
In juli gaf ik in het ziekenhuis aan geen behoefte te hebben aan verdere behandelingen.
De arts vertelde: “Dan bent u vanaf nu palliatief. U heeft nog drie tot twaalf maanden, sterkte.”
Een zaadje werd gepland. En ik merk dat het niet eenvoudig is om los te laten.
Dit gaat over mij.
Ik betrap mezelf erop dat ik het al tweeëneenhalf jaar probeer te zien als een gebeurtenis. Ik ging toen meteen in actie met Moerman, leefstijl., minder werken. Gaandeweg besefte ik mijn lot en het beschermingsmechanisme van mijn geest.
Hoe ga ik om met het bericht van de specialist. De grond verschuift onder mijn voeten. De vanzelfsprekendheid van het leven krijgt een andere kleur.
Het voelt als een rollercoaster.
Eerst word je langzaam omhoog getakeld, alles lijkt nog even overzichtelijk. Bovenin is er een fractie van stilte ... en dan begint de wervelende rit. Links, rechts, omlaag, omhoog. Ik probeer vooruit te kijken, grip te houden, maar het gaat te snel.
In een achtbaan denk je niet meer aan geld, plannen of doelen. Het gaat alleen nog over de rit zelf.
Over de adem die je inhoudt.
Over de vraag hoe lang het nog duurt.
Het is zo wezenlijk en surrealistisch tegelijk.
Ik voel dat ik nog niet aan het einde ben.
Ik leef nog, heb nog dingen te doen, mensen lief te hebben, momenten te ervaren. Het wordt een mentaal spelletje
Leven, dood, leven, dood, leven, ik leef.
En sterven loopt met me mee, elke dag opnieuw, als een stille metgezel.
De vermoeidheid, de pijn, de katheter die me beperkt, niet meer zwemmen, geen sauna, geen zweethut, geen koude duik in mijn regenton, geen spontane vrijpartij. Loslaten en rouwen om wat er niet meer is en tegelijk dankbaar zijn voor wat er nog kan.
Door los te laten is er minder ruis en ontstaat ruimte. Wat overblijft is eenvoud:
meer helderheid, meer aanwezigheid, meer verbinding, meer liefde, meer waardering voor wat is, in plaats van wat had kunnen zijn. Meer aanvaarding van het lot
leven in het NU.
Wat is echt belangrijk?
Wat blijft er over als bijna alles wegvalt? Die vraag blijft door me heen bewegen.
Loslaten zonder laconiek te worden is soms een uitdaging. Het is balanceren tussen overgave en onverschilligheid. Tussen rust vinden en niet wegglijden in berusting. Alles mag er zijn ik hoef het niet mooier te maken dan het is.
Er is verdriet, er is angst, er is dankbaarheid en liefde. Ze mogen allemaal naast elkaar bestaan, soms tegelijk, in één adem.
Uiteindelijk gaat het over mens zijn.
Open, eerlijk, aanwezig.
Staan met rechte rug,
fier, ademend, levend, met eigen keuzes
Mijn lot heeft me dichter bij dat besef gebracht.
En hoe paradoxaal ook — in het licht van het einde
voel ik het leven intenser dan ooit.
Reactie plaatsen
Reacties